fbpx

Verhalen van de Nachtwacht #6 | Bon Appétit

De keuken representeert de kern van een gebouw. Of het nou om een huis, een hotel, een klooster of een kazerne gaat. Niet voor niets noemt het zenboeddhisme een volledig gerealiseerd leven ‘de hoogste maaltijd’. Ook symboliseert de keuken het creatieve hart. Een kijkje in de keuken krijgen laat zien hoe iets gemaakt wordt en is exclusief. Iedereen kent de muzikaliteit van borrelende pannen en hakkende messen op een snijplank. En de liefde waarmee aan een verjaardagstaart of een kerstmaaltijd wordt gewerkt. Het gevoel van Bon Appétit. Door wonder van scheikunde transformeren losse bestanddelen in gerechten die we opeten, verteren en metaboliseren.

Toch is de keuken niet alleen een verheven plek. Vaak is de keukendeur de achterdeur. Roddels worden meestal geboren in de keuken en de uitdrukking ‘zo welkom als een hond in de keuken’ betekent weinig goeds.

Akoesticum beschikt over een grote keuken. Een professionele keuken om precies te zijn, die mij als nachtwaker-zonder-horeca-achtergrond zo ongeveer wegblies toen ik er voor het eerst binnenliep. Het formaat van de koelcel, diepvries, een doorschuifvaatwasser, het was allemaal nieuw voor me.

Elke maaltijd die gasten in Akoesticum eten wordt hier bereid. De kok en eigenaar van het cateringbedrijf, Fabian, is er een van het onverschrokken soort. Bijna altijd goedgehumeurd, nooit te beroerd om zijn mening te geven over de gang van zaken of over een verandering in het leven op de Frisokazerne.

Gisteren schrok ik wakker door bulderende klanken die woorden werden in een taal die me vaag bekend voorkwam. Ik viel weer in slaap en droomde dat ik rondliep in een Italiaans dorp met een klaterend fonteintje op het kerkplein. Toen ik wakker werd begreep ik waarom. De woorden die via een mij onbekende hoek of kier op me neerdaalden waren Italiaans. Ik bleef liggen luisteren en begreep dat het een opera was. Samen met de klanken kwamen geuren mee mijn kamer in. Een vertrouwde geur maar met een half slapende geest kon ik hem niet plaatsen.

Verward schoot ik in mijn kleren en liep de gang op, de trap naar beneden en zo de straat in. Heel Akoesticum stond op zijn grondvesten te schudden. In die melange van Italiaanse opera en een zoete walm liep ik naar de keuken. Het gezang en het zoete aroma waren zo aanwezig dat ze een vaste vorm leken aan te nemen, alsof ik me door een kleverige massa moest bewegen naar de keuken. Ik wist zeker dat ik de juiste kant op liep, de klank en lucht werden elke voetstap sterker. Ik sloeg de deuren waarop in blauwe letters only staff geschreven staat open en liep naar de keuken. Daar stond Fabian, goedgemutst, tussen torenflats van gestapelde pannenkoeken. ‘Ik ben gek op opera, vooral Il barbiere di Siviglia. Sowieso opera buffa. Bovendien is het een goede manier van mensen wekken,’ zei hij in de door hitte trillende lucht. In een vloeiende beweging gooide Fabian een pannenkoek de lucht in. Hij zong de opera verder. Zijn imposante gegalm vloog direct de afzuigkap in.

– De Nachtwacht

Tekst: Sebastiaan Mets
Illustratie: Marlijn van Zadelhoff

<< Lees hier Verhalen van de Nachtwacht #5 Lokroep uit het nachtelijk woud
>>Lees hier Verhalen van de Nachtwacht #7 Een snelle schim