fbpx

Verhalen van de Nachtwacht #5 | Lokroep uit het nachtelijke woud

Akoestiek:
0.1 geluidsleer, 0.2 wijze waarop het geluid door een ruimte wordt verbreid en voortgeplant, 0.3 de eigenschappen van een ruimte met betrekking tot de weerkaatsing van geluiden.

Akoesticum onthult met haar naam de essentie van de plek. Achter de hoge gevel met grote ramen en de ronde voordeur van de voormalige kazerne huist een universum voor muzikanten. Muziekstandaarden en vleugels die tussen de juiste vloeren en plafonds in de correcte luchtvochtigheid staan.

Als nachtwacht weet ik altijd wie er in huis is, een strijkkwartet of een blazers ensemble. Daardoor kan ik de geluiden die ik hoor altijd plaatsen. Ze verrassen me wel eens, maar binnen een paar seconden herinner ik me wie er repeteert. De laatste paar avonden hoor ik af en toe iets wat ik niet kan thuisbrengen. IJle klanken die vlug wegsterven. Of het geluid wordt overstemd door de wind, de voorbijrazende trein, voetstappen van een gast van het Cultuurhotel.

Tot ik gisteravond in de tuin de parasol dichtklapte. Opnieuw hoorde ik dat geluid. Het kwam niet van binnen, maar van buiten. Ik stond even met dichte ogen op de terrastegels, vroeg me af of het me naar het hoofd steeg, omdat ik op dit uur niet in bed lag zoals normale mensen. Tussen de tuinmeubels door liep ik naar achter, langs de tuinzaal en het ketelhuisje. Een paar keer werd de toon onderbroken door het ruisen van de wind, maar toen klonk de muziek constant. Kalm liep ik langs de bomen achter de kazerne. Goed, er werd muziek gemaakt, maar naar welke instrument luisterde ik? De hoge tonen klonken zeurend, jankend zelfs. Toch waren ze niet lelijk, ik was dankbaar dat ik ze mocht horen in dit nachtelijke uur.

Het instrument had geen dynamiek in volume. Met ingehouden adem luisterde ik en groef in mijn geheugen. En ineens begreep ik het mysterie, ik luisterde naar een doedelzak. Waar de muziek precies vandaan kwam kon ik niet aanwijzen. Uit het bos, zoveel was duidelijk. Een lokroep uit het nachtelijke en dichtbegroeide bos dat eerder op een woud leek dan op een Nederlands bos.

De verborgen doedelzakspeler moest ergens in de luwte staan. Even hield de muziek op, wachtte het instrument tot zijn speler zijn levensadem hem weer van binnen liet trillen. Daar klonk de muziek weer. Ik stelde me de doedelzak voor bij een mistig Schots meer, loch, moet ik zeggen, waarbij de ijle klanken over het wateroppervlak dwaalden. Door het horen van de muziek en het zien van de kazerne schoot me een verhaal uit de krant te binnen. Over een jonge Canadese soldaat die tegen de regels op zijn doedelzak ten strijde trok tegen de Duitsers. Hij speelde door terwijl zijn 280 kameraden sneuvelden. Ik draaide me om naar de kazerne, die er tijdens de Tweede Wereldoorlog al stond.

Zo galmden de klanken met een heel andere lading tussen de Edese bomen door. Wetende dat tijdens de invasie van Normandië in juni 1944 een Canadees moedig bleef doorspelen terwijl het geweld hevig om zich heen sloeg.

– De Nachtwacht

Tekst: Sebastiaan Mets
Illustratie: Marlijn van Zadelhoff

<< Lees hier Verhalen van de Nachtwacht #4 Het diepste blauw
>>Lees hier Verhalen van de Nachtwacht #6 Bon Appétit