De start

Januari 2015. Akoesticum was net een paar maanden in bedrijf, de verbouwing en restauratie van de kazerne achter de rug. Aan de vooravond van de officiële opening door koning Willem-Alexander waren de naweeën van een wereldwijde schuldencrisis, ingestorte banken, een haperende bouwsector en harde nationale bezuinigingen op cultuur nog voelbaar.

opening Akoesticum
Officiële opening Akoesticum door koning Willem-Alexander. 23 januari 2015 – video, 11min.

Er waren drie vrienden en de gedachte dat talent in de podiumkunsten niet kan bestaan zonder een brede deelname van amateurs. Dat ieders leven uit muziek, dans en theater zou moeten bestaan omdat het wezenlijk is voor de ontwikkeling van elk mens. Al fietsend ontdekten zij de ideale plek en het ideale gebouw: een leegstaande vervallen kazerne naast station Ede-Wageningen.

Een ridderverhaal in drie bedrijven

Starring: Harold Lenselink, Victor van Haeren en Hans Sluimer

'Broedplaats voor talentontwikkeling' - Harold Lenselink

De problemen waar de samenleving op dit moment voor staat, hebben absoluut een culturele component.

Harold Lenselink, musicus

Artistiek directeur Harold Lenselink heeft een brede achtergrond in de klassieke en lichte muziek die uiteenloopt van koor- en orkestdirigent, gastdirigent en workshopleider door heel Europa, festivaldirecteur tot docent/studieleider aan het conservatorium en beleidsmedewerker bij culturele instellingen.

Ontwikkeling en educatie

‘Als je in Nederland meerdere dagen iets wilt doen met een groep, beland je óf in een duur conferentieoord óf in een primitieve barak. Daar zit niets tussen. In het buitenland is dat veel beter geregeld, zij het zwaar gesubsidieerd. Daar zitten locaties het hele jaar vol met groepen, jong en oud, die hun talent willen ontwikkelen en ervaringen doorgeven. Een tweede leemte betreft de na- en bijscholing bij kunstvakopleidingen die in Nederland mager zijn.’‘Hoewel iedereen het belangrijk vindt, trekt niemand die verantwoordelijkheid naar zich toe. Met als gevolg dat er niets van terechtkomt.’ Beide waarnemingen deden een droom ontstaan: een gebouw met faciliteiten en scholing onder één dak. Talentontwikkeling op alle niveaus, mensen bij elkaar brengen. Het idee voor Akoesticum was geboren.

Hogedrukpan

Bij de zoektocht naar een geschikte ruimte was die wens steeds leidend. De Frisokazerne raakte Lenselink meteen. ‘Het gebouw heeft een goede sfeer, dikke muren, mooie baksteen. De architectuur, waarin groepen zich konden opdelen en ook weer samenstromen in grote ruimten. Allerlei hoekjes en plekjes die tot de verbeelding spreken. Het gebouw werkt als een hogedrukpan. Processen gaan veel sneller dan anders.’ De landelijke locatie is geen toeval: ‘Uiteraard moet je goed bereikbaar zijn, wij zijn wat dat betreft gezegend met de intercity voor de deur. Een grote stad biedt te veel prikkels. Dan raak je mensen kwijt. Hier is rust.’ Verder wijst Lenselink op de parallellen tussen de oorspronkelijke en huidige functie van de kazerne. ‘De basis is en blijft: verblijf en instructie. Een jeugdherberg, zonder dat je je hoeft te behelpen. Het gaat erom mensen een welkom gevoel te geven. En mensen voelen zich hier ook prettig.’ De goede faciliteiten leveren daar ongetwijfeld een grote bijdrage aan. ‘Als je hier komt met een orkest, staat er een set groot symfonisch slagwerk tot je beschikking. Stuur je een plattegrondje, dan regelen we ook nog dat alles klaarstaat zoals jij dat wilt’, vertelt Lenselink. ‘De akoestiek is uitstekend, je kunt alles goed horen, alle frequenties zijn in balans. Dat was voor mij een absolute voorwaarde.’ Hij maakte zich ook hard voor andere faciliteiten voor deelnemers, waaronder instrumenten, podiumdelen, lessenaars en een café als sociaal trefpunt.

Internationaal netwerk

Een andere taak van Lenselink is het netwerken om Akoesticum meer bekendheid te geven. Terugblikkend: ‘De eerste groepen leidde ik hier rond voorzien van helm en veiligheidsschoenen. Nu zijn we een jaar verder en hebben we 15.000 bezoekers mogen verwelkomen. Met pieken en dalen, hoewel rustige dagen steeds minder voorkomen.’ Zijn droom is uitgekomen, bevestigt hij, hoewel Akoesticum zich nog steeds in de pioniersfase bevindt. ‘We willen het concept verder uitbouwen, ook een broedplaats zijn voor ontwikkeling en educatie. Meedenken met deelnemers over hun training.’ Ook internationaal ontdekt men Akoesticum, tot Lenselinks grote vreugde. ‘Een Chinese masterclass zang, het nationaal jeugdorkest uit Australië. De wereld buiten Nederland kan naar Akoesticum komen voor rust, om te studeren voor je op tournee gaat. En het is natuurlijk ook een prachtige plek voor een masterclass.’

Spilfunctie

Er is dus nog veel te doen. ‘We worden niet gesubsidieerd, het is een flinke uitdaging om de geldstroom op gang te houden. Dat maakt ons kwetsbaar. Voordeel van de onafhankelijkheid is wel dat we precies kunnen doen wat we willen.’ Het concept en de locatie spreken aan, merkt Lenselink steeds opnieuw. ‘We zijn een uniek instituut in Nederland, verbinden ons met allerlei mensen en dat leidt vaak tot verrassende ontmoetingen. Iedereen die langskomt, raakt geïnspireerd en ziet gelijk mogelijkheden. Dat is te danken aan het gebouw en aan het enorm betrokken en ter zake kundige team.’ Elke klant wordt uitgenodigd te komen met zijn verhalen, en workshops worden daar op toegesneden; wel hebben die altijd een culturele insteek, overeenkomstig de grondslag van Akoesticum. Lenselink illustreert dit met een drietal uiteenlopende voorbeelden. ‘Een uitgeverij van schoolboeken, allemaal meesters en juffen, hebben we een concert aangeboden van jong talent. Een groep medici en IC-personeel ging aan de slag om in hun eigen jargon een lied in te studeren en uit te voeren. En het personeel van een aannemer heeft een workshop slagwerk gevolgd op cementkuipen. Een groot succes!’, lacht hij. ‘Akoesticum beschikt over een netwerk van professionals die met willekeurig welke groep in een uur iets voor elkaar kunnen krijgen.’  Ook die praktijk van talentontwikkeling en ontmoeten begint steeds internationalere trekjes te krijgen. ‘Op den duur willen we een spilfunctie gaan vervullen. Zelf masterclasses ontwikkelen voor bijvoorbeeld de zomerperiode, een netwerk opbouwen met impresariaten van koren en dergelijke. Ik hoop dat Akoesticum nog in lengte van jaren een steentje zal bijdragen aan de cultuur. De problemen waar de samenleving op dit moment voor staat, hebben absoluut een culturele component. Wij willen met cultuur de samenwerking zoeken en nieuwe luiken openen.’

'Betaalbare faciliteiten' - Victor van Haeren

Alles is erop gericht de faciliteiten voor de podiumkunstenaars betaalbaar te houden

Victor van Haeren, econoom

“Het vraagstuk van een betaalbare trainingslocatie voor de podiumkunsten sprak meteen tot mijn verbeelding. Met mijn achtergrond als bedrijfseconoom en ervaring in het vastgoed wilde ik me graag inzetten om de haalbaarheid van het initiatief te verzekeren.

Cultureel ondernemerschap

Voorop stond dat het concept precies moest passen bij de plek en vice versa. En de businesscase moet kloppen. Als een gebouw niet gemaakt is voor de activiteiten die je daar wilt doen, zo weet ik uit ervaring, dreigt een te hoge investering óf je laat sommige aanpassingen achterwege en de exploitatie verloopt niet zoals je voor ogen had. Bijvoorbeeld omdat er niet genoeg oefenruimtes zijn van de juiste afmeting of te weinig bedden Dan krijg je te weinig bezettingsgraad om de kosten te dekken ” “De kennis en ervaring van mede-initiatiefnemer en architect Hans Sluijmer was essentieel. Je kunt het maar één keer goed doen. Een architect kan beoordelen of het een goed gebouwd gebouw is, doorzien welke aanpassingen nodig zijn, visualiseren hoe het gebouw functioneert als het vol is en eventuele aanpassingen kwantificeren met het oog op de financiering van het project. En dat is geen overbodige luxe: de Frisokazerne was een Rijksmonument met veel achterstallig onderhoud. Een eerste kennismaking leidde echter al gelijk tot de conclusie: deze plek verenigt alle voordelen in zich. We hadden grote ruimten nodig met 6 tot 7 meter hoogte zodat het geluid van grote orkesten weg kan. Die grote hal was er, we moesten er alleen een doos in plaatsen, maar dat kon makkelijk. De soldatenverblijven waren geschikt als studio’s, een aantal ervan samenvoegen leverde middelgrote oefenzalen op. Kortom, er waren minimale ingrepen nodig om het gebouw voor onze functie geschikt te maken. Dat waren we nog nergens anders tegengekomen. Tel daarbij op een intercity-station voor de deur met twee keer per uur verbinding met Schiphol, de Veluwe als achtertuin en de relatieve beslotenheid van een erfgoedlocatie. Een ideale combinatie”

Geheel nieuw concept

“Overzichtelijke ingrepen dus, met verduurzaming als grootste uitdaging. We maakten ons zorgen over de stookkosten, het gebouw was energetisch een drama. De enorme gevel met veel ramen met enkelvoudig glas en de niet geïsoleerde daken zorgde voor veel energieverlies. We vreesden dat daar veel installatietechniek en na-isolatie voor nodig zou zijn om het gebouw naar een zo hoog mogelijk energielabel te brengen. Er is door de hoofdaannemer TBI en bouwpartners Wolter en Dros en adviseurs Cauberg Huygen veel gepuzzeld om dit te realiseren, rekening houdend met de monumentale status van het pand. Dat is een knap staaltje werk geworden.

Naast de noodzakelijke thermische isolatie stond het akoestisch programma van eisen centraal in het ontwerp en dat moest perfect uitgevoerd worden. Groepen moeten tegelijkertijd kunnen repeteren zonder last van elkaar te hebben. Er mocht geen geluid lekken via dak, muren of leidingen. Dit om de oefenruimtes optimaal te kunnen benutten en er voor alle gasten een levendige plek van te maken.“Voor de businesscase baseerde ik me op benchmarkonderzoek naar exploitatieratio’s van vergelijkbare Duitse en Nederlandse organisaties. Akoesticum was een geheel nieuw concept en in die zin een onvergelijkbare grootheid. Dus zoek je verhoudingsgetallen die banken herkennen, een geloofwaardig referentiekader. Verder hebben we een externe validatie laten uitvoeren door een onafhankelijk adviesbureau. De businesscase omvatte een overzicht van de benodigde investeringen en van de te financieren aanloopverliezen in de exploitatie, plus een financieel dekkingsplan. Deze haalbaarheidsstudie is samen met de gemeente Ede uitgevoerd en er zijn verschillende scenario’s bekeken. Uiteindelijk heeft de gemeente de herontwikkeling uitgevoerd op basis van het door ons reeds gemaakte Voorlopige Ontwerp. De investeringen in specifieke akoes- tische aanpassingen en de inrichting van het gebouw zijn gefinancierd door middel van fondsenwerving bij particuliere fondsen. Er stond een flinke druk op het bouwproces, we hadden al boekingen en wilden oktober 2014 open. Daarom zijn bepaalde zaken opgeschort, zoals binnentuinen en een mediatheek. Daar was ook geen geld meer voor.”

Zonder subsidie

“Akoesticum is als ANBI-stichting vormgegeven en alles is erop gericht de faciliteiten voor de primaire doel- groep betaalbaar te houden. Naast de vergoedingen voor het gebruik van de trainingsfaciliteiten spannen we ons ook voortdurend in om sponsoring en donaties binnen te krijgen. Akoesticum ontvangt geen structurele subsidies. Vooralsnog loopt het volgens plan. “De investeringen in het gebouw hebben uitgepakt zoals gedacht en we hebben het eerste jaar veel activiteiten gehad.”

Cultureel ondernemerschap is anders maar vertoont ook veel overeenkomsten met gewoon ondernemen. Je moet redeneren vanuit de behoefte van onze doelgroepen, innoveren om onderscheidend te blijven en risico’s durven nemen. Wel is voor ons de draagkracht van onze doelgroepen nadrukkelijk iets om rekening mee te houden. Wat hebben mensen over voor hun passie? Veel waar voor je geld bieden is dan ook de drijfveer van Akoesticum. Geen vertroetelmodel, daar horen andere prijzen bij. Wij zijn meer basic, het bed is prima, de douche is prima, het eten eenvoudig en goed en de oefenfaciliteiten per- fect. Dat klopt met wat wij willen zijn. Gasten moeten zich de koning te rijk voelen en met een superbeleving naar huis gaan.

'Het nieuwe is heel mooi, het oude in ere hersteld.' - Hans Sluijmer

Als je het gebouw ziet, vergeet je Akoesticum nooit meer

Hans Sluijmer, architect
Hans Sluijmer, architect

Toen Hans Sluijmer hoorde over het idee van een centrum voor podiumkunsten, was zijn eerste reactie: leuk initiatief!

“Mijn idee was om gelijk op gebouwenjacht te gaan, gewapend met een programma van eisen om de haalbaarheid te onderzoeken en te zien of alles wat wij wilden erin paste. Zo zijn we jaren intensief met elkaar onderweg geweest, zoekend naar de beste plek. Ik heb minstens tien gebouwen getekend en doorgerekend.” Uiteindelijk kwam de Frisokazerne in Ede in beeld, net door de gemeente overgenomen van het Rijk, maar nog zonder bestemming. “Wij gingen op gesprek bij de gemeente. Stel je voor, ons plan had zich in Nederland nog nooit bewezen, qua financiën niet, qua ervaring niet, niks. Wel hadden we een goed doortimmerd idee over geld, omzet en fournage uit fondsen. Qua gebouw wilden we gaan voor de top en dit gebouw was in alles het beste van alle gebouwen, uitermate geschikt voor de beoogde functie van Akoesticum.”

Hoofdbrekens

Om het plan overtuigend te kunnen voorleggen, maakt Sluijmer een presentatie met een filmpje van de plannen voor Akoesticum. “We hadden het hele gebouw al bedacht. Het heeft van zichzelf een enorme uitstraling, is een markant gebouw. Als je het ziet, vergeet je Akoesticum nooit meer. De reacties bij gemeente en provincie waren redelijk positief, door die presentatie ging iedereen mee. Ongelooflijk. En toen moesten we het gaan waarmaken.” De verwachte bezoekersaantallen waren best uitdagend. “Het gebouw had mooie gangen, maar voor zo veel bezoekers beslist te weinig manoeuvreerruimte. Dat stelde ons voor een logistiek probleem: hoe orden je die bezoekersstromen in het gebouw, rekening houdend met kantoorruimte voor de organisatie en de hotelfunctie? Want kamers kunnen niet uitkomen op een foyer waar een concert plaatsvindt”, aldus Sluijmer. Ook de staat van het gebouw zorgde voor hoofdbrekens. “In de nadagen van de oorlog is het gebouw zwaar beschadigd en later heel simpel met architectonisch minder fraaie middelen dicht gemaakt. Wij wilden het gebouw zijn historische kwaliteit teruggeven.”

Akoesticum, artist impression 2012
Akoesticum, artist impression 2012 – video, 5.40min.

Sluijmer onderzocht hoe het gebouw er oorspronkelijk had uitgezien. “Gangen van 4 meter hoog, die met triplex waren verlaagd tot 2 meter. Granito vloeren onder het tapijt. Al dat moois hebben we weer onder gepruts van jaren vandaan gehaald, binnen en buiten: lambrisering, originele kleurstelling, verwijzingen naar de militaire tijd. En ook de topgevels van de midden- en zijvleugels zijn in ere hersteld.” Daarnaast ging een groot deel van het budget op aan volledig nieuwe installaties en akoestische en isolatiemaatregelen zoals dubbel glas dat niet zomaar paste in de oorspronkelijke dunne sponningen. Sluijmer ging voor een goed, duurzaam resultaat. “Vooral geen gekunstelde ingrepen, zo veel mogelijk geluisterd naar het gebouw. De grote zaal is geplaatst in de hal, als een doos in een doos, en heel herkenbaar nieuw. Ongelooflijk sfeervol én een goede nieuwe concertzaal.”

Sfeer en ervaring

Uiteraard waren akoestische ingrepen noodzakelijk, ook daar is veel in geïnvesteerd. “Overal waar muziek gemaakt wordt, zijn de wanden zo ingericht dat er geen overdracht van geluid naar andere zalen plaatsvindt. Je maakt als het ware een binnenjas van akoestisch materiaal.” Een monument als de Frisokazerne schrikt Sluijmer niet af. “Monumentenzorg staat daar heel anders in dan veel mensen denken. Als je helder bent in je bedoelingen en aanpak, en respect toont voor het gebouw, kun je heel veel doen in zo’n rijksgebouw”, zegt hij. “Zo kon bijvoorbeeld in de grote hal onze concertzaal komen, met aan de achterkant een hoofdtrappenhuis en een lift, zodat je mensen ziet bewegen in een gebouw. Dat vind ik belangrijk. En we hebben een 8 meter brede straat over de hele lengte van het gebouw aangelegd om de publieksstromen in goede banen te leiden. Hiervoor moesten we tussen de vleugels nieuwe gebouwtjes maken, dat zijn de serres geworden. Echt een grote ingreep, waardoor de logistiek goed is geworden.” De gangen hield Sluijmer bewust hoog, luchtkanalen zijn niet geheel weggewerkt.

Het eindresultaat vervult Sluijmer met trots. “Het nieuwe is heel mooi, het oude in ere hersteld. Er gaat sfeer en ervaring uit van het gebouw en je merkt wat mensen voor elkaar betekenen. Of iets een goed gebouw is, zit niet slechts in het realiseren van een programma van eisen, maar ook in hoe mensen door het gebouw bewegen en hoe het gebouw zich gedraagt als er grote evenementen zijn”, verklaart hij. “Het komt niet vaak voor dat je als architect het initiatief neemt, een ontwerp maakt en het dan zo kunt uitwerken. Akoesticum is een particulier gedragen en verwezenlijkt initiatief, en het draait nu. Mijn rol is klaar, voor Victor en Harold is het nog elke dag bikkelen. Maar ze zijn in elk geval goed gehuisvest.”