Rijksmonument in dienst van cultuur

In 2011 droeg Defensie het militaire terrein naast station Ede-Wageningen over aan de gemeente Ede. Beide kazernegebouwen, zowel de Frisokazerne als de daarnaast gelegen Mauritskazerne stonden al langere tijd leeg.  In diezelfde periode klopten wij aan om te praten over onze plannen voor een nieuwe, culturele bestemming voor één van de historische gebouwen.

Na een unaniem positief raadsbesluit werd in november 2013 begonnen met de restauratie en verbouwing van de Frisokazerne voor Akoesticum. Binnen één jaar kreeg het gebouw zijn historische kwaliteit terug. Op 1 oktober 2014 zijn we van start gegaan met het nationaal trainingscentrum voor muziek, dans en theater.

Akoesticum, 1 oktober 2014

Interview Pierre Lommen, adviseur Monumentenzorg gemeente Ede

Het concept Akoesticum is een geschenk voor de herbestemming van het Frisogebouw

De buitenkant van de Frisokazerne en de Mauritskazerne ziet er vandaag de dag weer uit zoals het moet zijn geweest bij de oplevering van beide gebouwen in 1906. Pierre Lommen, Adviseur Monumentenzorg van de gemeente Ede, is al vanaf de beginperiode intensief betrokken bij de restauratie en herbestemming van de kazernes en de herinrichting van het omliggende terrein. ‘Het heeft een tijd geduurd voordat het besluit viel om de Friso en de Maurits als rijksmonument aan te wijzen. Dit gebeurde in 2006, toen herbestemming een speerpunt werd in het beleid van monumentenzorg en cultuurhistorie. Ook moest bij gebiedsopgaven steeds meer rekening gehouden worden met cultuurhistorische kaders en vertrekpunten.’

Pierre Lommen
Pierre Lommen, Adviseur Monumentenzorg gemeente Ede vertelt over de restauratie van de Frisokazerne.

Belangrijk Erfgoed

Destijds werden de bijna identieke infanteriekazernes binnen twee jaar – van 1904  tot mei 1906 – gebouwd en klaargemaakt voor gebruik. Lommen:’De bouw was een direct gevolg van de instelling van de algemene dienstplicht in 1901. En Ede had goedkope grond, vlak bij het spoor, en ook nog eens geschikte oefenterreinen op een steenworp afstand. Het moet een enorme operatie zijn geweest om deze bouwopdracht uit te voeren. Met een ongekende impact op het dorp Ede. Niet alleen vanwege de allereerste ‘ stadse grootschaligheid’, maar ook maatschappelijk en sociaal economisch.

Toen Defensie zich vanaf 2005 in fases terugtrok uit het militaire vastgoed in Nederland, werd de opgave voor Ede urgenter, zowel voor de kazernes als voor de herinrichting van het omliggende gebied. ‘Aanvankelijk krabden onze bestuurders zich wel eens achter de oren over de grote hoeveelheid waardevolle gebouwen op het terrein. Die waren toen voor de meesten relatief onbekend, aangezien de terreinen nog waren afgesloten’, verklaart Lommen. ‘Maar dankzij de openstelling, nader onderzoek en ook lokaal draagvlak beseft iedereen inmiddels de meerwaarde van dit belangrijke erfgoed voor het behoud en versterking van de lokale militaire identiteit, met inpassing van passende nieuwe functies en bestemmingen’.

Ideaal concept

Het concept Akoesticum – een trainingscentrum met veel grote ruimtes – noemt Lommen een geschenk voor  de herbestemming van het Frisogebouw. ‘De kleinere ruimtes direct achter de voorgevel konden nagenoeg onveranderd als dienstruimten gebruikt worden. En de grote ruimtes aan de achterkant zijn repetitieruimtes geworden. Eigenlijk bestonden de meeste ruimtes al, de architect heeft ze alleen een andere functie gegeven’, stelt hij. “Daardoor is de oorspronkelijke structuur van het gebouw nog steeds goed herkenbaar. En de oorspronkelijke afwerkingen zijn zo veel mogelijk gerestaureerd. Een ideaal concept waardoor het aantal ingrepen heel erg beperkt is gebleven.’

Luchtfoto RAF, 1944
Luchtfoto RAF, 1944

Bij restauratie bleek dat de buitenschil van de Friso veel geleden had onder de oorlog. Uiteindelijk is ervoor gekozen om in de hele voorgevel het oorspronkelijke beeld uit 1906 zo goed mogelijk te herstellen. De gerepareerde oorlogsschade uit 1947 blijft afleesbaar in onder meer de stalen vensters en deuren in de achtervleugels.

Totdat de gemeente de Klinkenbergweg aanlegde, waren beide gebouwen nadrukkelijk op het westen georiënteerd. De entree aan de voorkant had een nogal formele tuinstijl, passend bij de strengheid en symmetrie van de hoofdopzet.  ‘Defensie is altijd erg pragmatisch geweest in het onderhoud, beheer en uitbreiding van gebouwen en terreinen. Het  oorspronkelijke ontwerp speelde daarin nauwelijks een rol’, aldus Lommen. ‘Door de Klinkenbergweg  verdwenen de toegang, de oprijlanen en een groot gedeelte van het park, en daarmee ook de symmetrische terreininrichting en de benadering en oriëntatie vanaf de Stationsweg.’

Het nieuwe, steile en inmiddels begroeide talud verbergt het subtiele aanzicht van de hoger gelegen imposante voorgevels. ‘Architectonisch en stedenbouwkundig is er daardoor het nodige verloren gegaan. Het zou geweldig zijn wanneer de gebouwen straks, met het vernieuwde intercity-station, weer goed zichtbaar zijn en ook weer vanaf de westzijde kunnen worden benaderd.’

© Dit interview is eerder gepubliceerd in de Akoesticum Verjaardagskrant, 2e editie januari 2018

Documentatie Frisokazerne
Wil je meer weten over de specifieke (bouwtechnische) historie van de kazernes, dan vind je veel informatie in deze publicaties. Mocht je zelf historisch materiaal hebben gevonden, laat het ons weten. We zijn altijd geïnteresseerd in de geschiedenis en de verhalen van dit gebouw.

Akoesticum, voormalige Frisokazerne